|
In 1921 werd in Arnhem aan het Schaapsdrift de plateelbakkerij Ram opgericht met als doel de ontwerpen van Colenbrander zo goed mogelijk uit te voeren. Alles wat menselijkerwijs en technisch op dat moment mogelijk was werd ingezet. Initiatiefnemers voor de onderneming zijn kunsthandelaar en plateelschilder Henri van Lerven (1875-1954) en de bankier Charles Engelberts (1881-1954). De kunstenaar zelf, op dat moment al in de tachtig, maakte honderden nieuwe decors en tientallen nieuwe modellen. Op advies van Colenbrander wordt plateelschilder Willem van Ham (1894-1984) aangetrokken, die ervaring heeft met het beschilderen van Colenbrander-aardewerk. Als enige van de plateelschilders heeft Van Ham met Colenbrander zeer intensief contact. Gezamenlijk brengen zij de patronen over op de biscuits, die daarna door de schilders ingevuld worden en voor de tweede keer gebrand. |
|
 |
 |
Na Van den Ham komen nog vele andere schilders in dienst, die overigens graag bij de Ram werkten. Ten opzichte van de andere Arnhemse aardewerkfabriek, de Fayencefabriek, betekende het werk bij de Ram, een promotie waarbij kwaliteit boven kwantiteit gesteld werd en iedere schilder de kans kreeg elk patroon uit te voeren. Het aardewerk dat gereed was, ging in kartonnen dozen met het logo van de Ramskop erop naar de handel. De vaste verkoopplek van het aardewerk was de kunsthandel van Van Lerven in de Arnhemse Bakkerstraat. Ook werd veel werk afgezet op veilingen. |
|
 |
 |
In 1925 loopt de samenwerking tussen Colenbrander en de Ram spaak. Reden is dat de Ram, ooit opgericht als fabriek met uitsluitend werk van Colenbrander in productie, zich om financiële redenen genoodzaakt ziet verder te gaan als N.V. Naast het dure en exlusieve Colenbrander-aardewerk zal de fabriek ook werk van andere kunstenaars en goed ontworpen gebruiksaardewerk gaan produceren. Gerenommeerde kunstenaars (o.a. W.A. van Konijnenburg, C.A. Lion Cachet, J.L. Toorop; H.J. Jansen van Galen) worden aangetrokken voor de raad van commissarissen of om voor de RAM te ontwerpen. Het mag niet baten. Colenbrander trekt zich terug. Hij blijft tot aan zijn dood in 1930 nog wel experimenteren, doch niets van deze ontwerpen wordt deze laatste jaren meer uitgevoerd. De RAM heeft de laatste tien jaar een moeilijk bestaan. De verkoop van Colenbrander-aardewerk en andere producten loopt steeds meer terug, er is een economische crisis en een verandering van smaak. In 1935 is het faillissement een feit. |
|
 |
|
|