Persberichten / Persbericht Het kloppend hart. Arnhemsche Scheepsbouw Maatschappij
Persbericht Maart 2011
Het Kloppend hart
De Arnhemsche Scheepsbouw Maatschappij 1889-1978
8 april – 30 oktober 2011
In samenwerking met Stichting Historisch Schepen Arnhem en Uitgeverij Boekschap organiseert het Historisch Museum Arnhem een tentoonstelling over de Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij (ASM). Decennialang domineerde de scheepswerf met haar loodsen en hoge kranen de zuidelijke horizon van de stad. De pal tegenover het centrum, aan de ander kant van de Rijn gelegen werf was ooit een van de grootste werkgevers van Arnhem met meer dan 500 man in dienst. De werf had een grote impact op Arnhem. Het geratel van klinkhamers was tot in de binnenstad te horen.
Inspelen op de markt
De Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij begon als machinefabriek met een reparatiewerf, maar bouwde al snel een grote variëteit aan schepen voor opdrachtgevers uit binnen- en buitenland. Zelfs grote zeeschepen liepen er van stapel. De geschiedenis van de ASM hangt samen met de familie Prins die drie generatieslang leiding gaf aan het bedrijf. Het begon allemaal met de selfmade man Johannes Jacobus Prins (1852-1918) die zich van ‘krullenjongen’ tot directeur wist op te werken. Geboren in Krimpen aan de Lek kreeg hij zijn opleiding in de praktijk bij werven in de Alblasserwaard, Rotterdam en Vlissingen. Omstreeks 1880 treedt hij als chef-machinist in dienst van Stoombootonderneming Concordia in Arnhem, waarvoor hij de schepen repareerde. Prins moet een vakbekwaam man geweest zijn want in deze tijd vond hij de diagonale triple expansiemachine uit die minder ruimte in het schip in beslag nam en flink energiebesparend was. De uitvinding was een doorslaand succes en vele andere verbeteringen aan machines en meerdere uitvindingen volgden. Dit bleef niet onopgemerkt en in 1889 werd de NV Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij opgericht waar Prins de leiding over kreeg.
Saamhorigheid
Het was het begin van een echt familiebedrijf met een sterke hiërarchie en een conservatieve bedrijfsvoering waarbij grote financiële reserves werden aangehouden die er mede voor gezorgd hebben dat de ASM diverse economische crisissen overleefde. Ook van belang was dat de ASM flexibel was en bouwde wat de markt vroeg. Het overgrote deel bestond uit stoommachines, ketels, baggerschepen, sleepboten en vrachtschepen. In 1956 kreeg de ASM een belangrijk opdracht voor de bouw van ondiepwater-mijnenvegers van de Koninklijke Marine. De Amsterdamse firma Goedkoop was een vaste klant. In 1976 bouwde de ASM nog twee geavanceerde zwaartransportschepen: de Happy Rider en Happy Runner voor Mammoet Amsterdam. Bijzonder was ook de J. Henry Dunant II van het Rode Kruis waarvoor tijdens een landelijke TV-inzamelingsactie geld werd ingezameld. In de jaren zestig werd de vraag naar grote zeescheppen steeds groter. Ook de ASM bouwde daarvan een aantal maar die hadden een groot nadeel: ze konden niet onder de bruggen door en werden daarom afgebouwd op werven in het westen.
De schepen werden met groot vakmanschap gebouwd door ruwe mannen van staal. Hele families, vader, zoons, ooms en neven, werkten vaak van generatie op generatie op de werf. Het was zwaar werk. De werf werd voor de Tweede Wereldoorlog niet voor niets de Bloedhelling genoemd. Voor vele jongens was het een eerste werkplek waar ze het vak leerden van oude rotten in het vak. Beginnend als ‘nagelpieleke’, die met hete klinknagels naar het schip in aanbouw moest rennen, doorliepen ze vele afdelingen en hadden ze de mogelijkheid binnen het bedrijf omhoog te klimmen. Er moest hard gewerkt worden en tussen de verschillende secties en de directie boterde het niet altijd maar toch was er een grote saamhorigheid en trots. Dat gevoel kwam naar boven bij de tewaterlatingen. Alle werknemers van de ASM hadden aan dat ene schip gewerkt. Een tewaterlating was dan ook een feest. De werf liep vol met werknemers en genodigden en als de doopmoeder met een bijl het touw had doorgehakt en de champagnefles tegen het schip knalde, schoot kort daarop het schip het water in. Een riskante onderneming omdat bij foutief handelen het schip aan de andere kant tegen de Rijnkade kon opbotsen. Tewaterlatingen waren een sensationele happening waarvoor bij belangrijke schepen ook de burgers van Arnhem aan de overkant de Rijnkade vulden. Diezelfde dag was er vaak alweer een nieuw feest: de kiellegging van een nieuw schip.
Ontmanteling
De malaise in de Nederlandse scheepsbouw in de jaren ’70 van de vorige eeuw maakte aan dit alles, zoals bij zoveel andere werven, een einde. In 1978 werd de boedel voor 12 miljoen geveild, maar daarmee was de geschiedenis van de ASM nog niet ten einde. In de nasleep van de ontmanteling van het bedrijf ontstond een wilde speculatie in certificaten ASM in verband met de te verwachten hoge opbrengsten van de exploitatie van de gronden. Een heuse bubble was het gevolg die onontkoombaar uit een spatte. De gebouwen en kranen op het terrein werden gesloopt maar het gebied ligt er tot op heden nog steeds onbebouwd en verlaten bij.
In beeld
Met deze tentoonstelling komt de werf weer tot leven en krijgen Arnhemmers en maritieme liefhebbers de mogelijkheid kennis te maken met de geschiedenis van deze bijzondere werf. Aan de hand van schilderijen, prachtige foto’s, films, interviews met oud-werknemers, scheepsmodellen en bouwtekeningen wordt de geschiedenis van de ASM in beeld gebracht.
Nog een tentoonstelling
Op een tweede locatie aan de Nieuwe Havenweg 7 bij Helldörfer Lasbedrijf is een tweede tentoonstelling over de ASM te zien met een maquette van de werf, machines en ander groot materieel. Geopend: 23-24 april, 1, 7-8 mei 2011, zie www.shsa.nl
Boek
Tevens verschijnt de rijk geïllustreerde publicatie Piet van Cruyningen, Joke Korteweg, Marlies Hummelen,‘Het kloppend hart’ met 300 foto’s, 280 p., bij uitgeverij Het Boekschap, Hoog-Keppel, prijs € 32,50.
